| dat hij verhalen ophing als vers gestreken gesteven gordijnen Als hij van het loodkoord vertelde vóelde je je daag’lijkse zorgen verdwijnen Hij zong epen en oden als de krakende bliksem Ratten en muizen bezwijmden en kwispelden hun staarten om zijn fantastische dictie Als hij zweeg wilde je enkel nog huilen Salamanders en tijgers sloten hun muilen als hij sprak, daar er niets aan ontbrak Zijn hex- en pentameters smaakten beter dan eten Wat je hoorde van hem, kon je nooit meer vergeten Toen hij stierf, was ’t de kluit om het even Ze hadden de hele ratsmodee opgeschreven |