Ans
zingt
iets minder luid pudiek
dan Huib de
bassen ritst
en dan
Maman die alles haat
mee- put
zou haken als zij ’t wist
het
kleed
der mildheid kleeft aan ’t kistje
en
kindermeel noemt het met name
en hoewel
het klootzak lispelt
moet je je
daar niet voor schamen
wat
grapt
papa uit ieder oor
en in - dat
zou ik zeggen -
zijn witzen
die Aleidje uit mag leggen
de
mond -
der dubbelzoute regen - zwijgt ten laatst
en binnenin
zing ik in koor :
hier vindt
iets heel bijzonders plaats
|